Inner Nature 2. Silence.Light.

Marc Angeli. Jean-Georges Massart. Johan Parmentier. Alexandra Roozen.

Curator: Els Wuyts

Through the exhibition “Silence.Light.” the artist’s endeavour is to make the pavilion come to life in a poetic manner, by seemingly choosing to make that which is absent visible. This is achieved by employing lines or colours, stone or wood, solid or soft, in sculptural installations or on paper. Every expression and every movement have their own ‘raison d’être’ simultaneously representing an interaction, a friction between the different works.

The works of art establish a connection with the emptiness, the silence that disappears and appears between, underneath or behind it. The spectator becomes aware of time and space through a conceptual image.

The exhibition brings together four different facets of visual expression: the subtle presence of colour, the curved branch, the traces in stone or bronze, or the scratching of a pencil. The embracing of space is visualised by connecting inside and outside, by intimating the silence, brittle and palpable.

 

Johan Parmentier (BE) ‘Time is a challenging factor in the creative process’, writes Johan Parmentier. ‘You have to try to make it your friend by waiting for the right moment to arrive.’ His works transform solid stone into basic, rudimentary sculptures, as we can already see at the entrance and along the path leading to the pavilion.
He allows the blocks of stone to speak their own language, characteristic of morphology and matter: they become rhythmic structures, with a certain monumentality and physicality. He treats the surface of the stone, as it were, in such a way that a sensual force rises to the surface and reminds us of archaic statues, monoliths from a distant past.

Jean-Georges Massart (BE) also starts from natural elements, although they are of a completely different kind : he chooses the smoothest types of wood, namely bamboo and wicker. He seems to playfully tame his material: willow turns out to be pliable and easy to braid, but bamboo can become hard and in this way he places emphasis on its texture.
The works seem to refer to cult objects, in which the use of pigments reinforces this reference to the ritual : blue, white, ochre.
The capricious is restrained, the calculable is put into perspective because the tensions of nature remain in the twigs, both two-dimensionally as well as in the light structures which suggest spatiality and fragility. 

Alexandra Roozen (NL) ’s work also seems to have a ritual character. In her drawings we see small gestures such
as dots, scratches, dashes, etc., which are endlessly repeated. However simple these actions may seem, they are always unique and non-reproducible by human hand or tool.
Starting from an empty sheet and the placing of a small dot, this gradually becomes a shape, which can slowly gain meaning to the creator or the viewer.
The sheet of paper becomes a centre point, a horizon: a growing series of drawings in which the repetitive movement of her hand and a centrifugal force are central. A kind of universe is unfolded. 

Marc Angeli (BE) And in the colours of Marc Angeli’s work a small universe also seems to unfold : they are intimate encounters with ‘colouring agents’, amalgamated mixtures of pigments, pollen, honey, wine, beeswax, rabbit-skin glue or even olive oil.
Each monochrome has its own personal history, where the story begins with the choice of the recipient, the sturdy wooden block. And the appearance literally contains colour. The painting becomes physical and powerful and if you turn your gaze away for a moment, the impression lingers that you have been silently touched by it.
The softness of the surface resonates with the October light that surrounds us.


Curator: Els Wuyts

Met de tentoonstelling “Silence.Light.” schrijven de kunstenaars op een poëtische manier dit paviljoen.
Ze lijken ervoor te kiezen om het afwezige zichtbaar te maken en doen dat via lijnen of kleuren, met steen of hout, massief of zacht, in sculpturale installaties of op papier. Iedere toets en iedere beweging heeft bestaansrecht op zich en tegelijkertijd wordt het een handeling, een wrijving tussen de verschillende werken.

De kunstwerken vormen een samenhang met de leegte, de stilte die er tussen, onder of achter verdwijnt en verschijnt. Ze maken tijd en ruimte aanwezig.

In de tentoonstelling worden vier verschillende vormentalen samengebracht: een zachte aanwezigheid van kleur, de kromming van een tak, de sporen in steen of brons of het krassen van potlood. Het omarmen van de ruimte wordt visueel door binnen en buiten te verbinden, door de stilte broos en voelbaar te suggereren.

Johan Parmentier (BE) ‘Tijd is een hard gegeven in het creatieproces’, schrijft Johan Parmentier bijvoorbeeld ‘Je moet hem proberen tot vriend te maken door te wachten tot het juiste moment is aangebroken.’ Hij bewerkt massieve steenblokken tot basale rudimentaire sculpturen, zoals we al kunnen zien aan de ingang en langs het pad richting het paviljoen hier.
Hij laat de steenbrokken een eigen taal spreken, eigen aan de morfologie en de materie: het worden ritmische structuren, met een zekere monumentaliteit en lichamelijkheid. Hij bewerkt als het ware de huid van de steen op zo’n manier dat een sensuele kracht aan de oppervlakte komt en doet denken aan archaïsche beelden, monolieten uit een ver verleden.

Jean-Georges Massart (BE) vertrekt ook vanuit natuurlijke elementen al zijn het er van een heel andere soort; hij kiest namelijk de soepelste houtsoorten: bamboe en teenwilg. Hij lijkt zijn materiaal speels te willen temmen, wilg blijkt buigzaam en vlecht-baar maar bamboe kan hard worden en maakt de textuur zelfs meer aanwezig.
De werken lijken te verwijzen naar cultusvoorwerpen, waarbij het gebruik van pigmenten die verwijzing naar het rituele zelfs nog versterkt: blauw, wit, oker.
Het grillige wordt aan maatstaven gebonden, het berekenbare wordt gerelativeerd omdat de spanning van de natuur in de twijgen blijft zitten, zowel in twee dimensies als in de lichte volumes die ruimtelijk en broos worden gesuggereerd.

Alexandra Roozen (NL) In het werk van Alexandra Roozen lijkt eveneens een ritueel karakter te vinden, in haar tekeningen zien we kleine gebaren zoals puntjes, krassen, streepjes, die ze eindeloos herhaalt. Hoe eenvoudig deze handelingen ook lijken, ze zijn altijd uniek en niet reproduceerbaar door de menselijke hand of gereedschap.
Vertrekkend vanuit een leeg blad met het plaatsen van een stipje, dat gaandeweg een vorm wordt, stilaan betekenis kan krijgen, door de maker of door de toeschouwer.
Het blad wordt een middelpunt, een centrum, een horizon: een groeiende serie tekeningen waarin de repetitieve beweging van haar hand en een middelpuntvliedende kracht centraal staan. Er wordt een soort universum geschreven.

Marc Angeli (BE) In de kleuren van het werk van Marc Angeli lijkt zich eveneens een klein universum te ontvouwen: het zijn intieme ontmoetingen met ‘kleurstoffen’, gebrouwen mengsels van pigmenten, pollen, honing, wijn, bijenwas, lijm van konijnenhuiden of zelfs olijfolie.
Elk monochroom heeft zijn persoonlijke geschiedenis, waarbij het verhaal begint met de keuze van de drager, het stevige houten blok. En de uitstraling bevat letterlijk kleur. Het schilderij wordt fysiek en krachtig en als je de blik even afwendt, blijft de indruk dat je in alle stilte geraakt bent door een monumentaliteit.
De zachtheid van het oppervlak resoneert met het ons omringende oktoberlicht.

 

 

English